Discipel zijn (1)*

Ken je dat gevoel: iemand wil graag dat je iets doet, terwijl iemand anders juist wilt dat je precies het tegenovergestelde doet? En dat jij je ‘torn in themiddle’ voelt?

De Heere Jezus maakte het dagelijks mee. Hij wilde de wil van Zijn Vader doen, dat was voor Hem als eten en drinken, een eerste levensbehoefte. Aan de andere kant trok alles en iedereen Hem de andere kant op: discipelen en de mensen die Hem volgden wilden dat Hij het koninkrijk van Israël zou herstellen, ‘de kerk’ wilde dat Hij afstapte van Zijn dwaling dat Hij de Zoon van God was. Het bracht Hem aan het kruis. Letterlijk met Zijn armen gespreid, letterlijk ‘torn in themiddle’. 

Onlangs bracht Facebook me een bijzondere vriendschap. Een vriendschap met TevfikAnatolia, een Turkse christen die de vurige wens heeft in Nederland met vluchtelingen te werken. Zo vurig dat, als ik hem vandaag bel, hij morgen op Schiphol staat. Tevfik heeft zijn goede baan opgezegd: als christen kon hij niet langer werken in een omgeving waar hij telkens gevraagd werd een knieval te doen naar de Islam. Hij wilde het niet meer en het werd hem steeds moeilijker gemaakt.
Oh, hij had prima kunnen functioneren als hij zich neutraal opstelde en zei dat hij ‘geen geloof’ aanhing. Dan had niemand hem een strobreed in de weg gelegd. Maar Tevfik wil met trots kunnen vertellen dat Jezus Christus voor hém aan het kruis hing. Met Zijn armen wijd gespreid, ‘torn in themiddle’.

Ik moest eraan denken toen ik een paar weken geleden bij de Nacht van gebed was. Met elkaar baden we voor christenen die omwille van hun geloof vervolgd werden in landen als Noord-Korea, Eritrea, Irak, enz. Turkije stond niet op het lijstje. Nederland ook niet. Misschien omdat we hier geen vervolging kennen. En ik heb me na die tijd ernstig afgevraagd of er nog een andere reden is: zijn we er ‘te lauw’ voor? Stellen we ons liever neutraal op en verzwijgen we ons christen-zijn om ‘gedoe’ te voorkomen? Natuurlijk, in Putten niet… Niet in de kerk… Maar op ons werk, op school? Zodra we het bordje ´einde bebouwde kom´ voorbij gereden zijn? Dan kost het wat. Dan kost het jezelf, dan wordt het jezelf verloochenen tot meerdere eer en glorie van Hem.

Slaat de schrik je om het hart? Niet doen!! Dezelfde Heere Jezus liet ons dit perspectief al zien. Zijn volgelingen zijn kruis-dragers. Hij liet ook zien dat je nooit alleen voor zult staan!

Past u op uzelf; want ze zullen u overleveren aan raadsvergaderingen, en in de synagogen zult u geslagen worden; en u zult voor stadhouders en koningen geplaatst worden omwille van Mij, tot een getuigenis voor hen.En het Evangelie moet eerst gepredikt worden aan alle volken. En wanneer ze u zullen wegleiden om u over te leveren, wees dan van tevoren niet bezorgd wat u spreken moet, en bedenk het niet; maar wat u op dat moment gegeven zal worden, spreek dat, want u bent het niet die spreekt, maar de Heilige Geest. Marcus 13:9-11.

Wim van Oostende

*): in de komende maanden zul je meer lezen en horen over discipel zijn.

 

Vrijdagvraag: Wat heb jij daarvan meegemaakt: kruis-dragen?

 

Verschillend of gelijk?

Deze week gaat het over Jakob en Ezau (Gen 25:19-34). Twee broers, dezelfde vader en moeder en ik denk ook dezelfde opvoeding, want ze waren een tweeling. Hoewel? Izak had Ezau lief en Rebekka had Jakob lief. Blijkbaar kan dat. Zou Izak Ezau hebben voorgetrokken en Rebekka Jakob? Dat lijkt niet erg eerlijk. Als het zo is, dan heeft Jakob er niet van geleerd: later trok hij Jozef voor; wat een ellende kwam daar niet van. Intussen waren Ezau en Jakob heel verschillend: qua uiterlijk, maar ook qua interesse: Ezau was een man van het veld, Jakob bleef in de tent. Even terzijde: Is het één beter dan het ander? Ik denk het niet. We zijn allemaal verschillend en daarin mogen we iets van Gods grootheid zien: niemand is hetzelfde, iedereen is uniek en wat ook heel mooi is: God kent iedereen. 

Intussen denk ik dat wij ook geneigd zijn verschillen te zien en die vaak benadrukken. We zijn altijd maar bezig met vergelijken. Hij mag dat wel van zijn ouders, waarom ik niet? Hij heeft een nieuwe iphone, ik wil er ook één. Vergelijken doen we op materieel gebied, maar moreel net zo goed. Ik ben net iets minder slecht dan de ander. We hebben het altijd over Jakob en Ezau (nooit andersom Ezau en Jakob). We hebben het over Rachel en Lea en we hebben het over David en Saul en over David en Goliath. En met eerbied gesproken over God en de satan, God en de Mammon. Altijd in die vaste volgorde: scharen wij ons bewust of onbewust aan de kant van het goede? Ligt bij hetgeen we het eerst noemen onze sympathie? Als dat zo is maak ik me wel wat zorgen want ik heb het meestal over de brede en de smalle weg.

God maakt geen verschil. Voor Hem zijn we allemaal gelijk: we schieten tegenover God hopeloos tekort. En één beetje tekort, of twee beetjes tekort maakt dan geen verschil. We hebben allen gezondigd en we moeten allemaal de heerlijkheid missen (Rom 3:23). Tegelijk - en daar mag je je best over verbazen - zijn we allemaal voor God waardevol. Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat (2 Pet 3:9). Gaat dan iedereen verloren of wordt dan iedereen zalig? Nee, dat niet. God meent het echt: Hij biedt iedereen Zijn genade aan, het bloed van Jezus is voldoende om de zonde van de hele wereld te verzoenen (1 Joh 2:2), maar niet iedereen wil: wij zijn zelf verantwoordelijk voor het verschil. Ik besef dat op dit vlak veel vragen liggen, vragen die ik niet in dit korte stukje kan beantwoorden, maar mag ik je vragen: zit je er mee, worstel je er mee? Neem dan van mij, nee, neem van Hem aan dat wie Hem aanroept in de nood, Zijn gunst vindt; oneindig groot.

Ewoud ’t Jong
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Om te zingen: Psalm 86:3

Om over na te denken: Waar wij onderscheid maken tussen mensen heeft het vaak tot gevolg dat we anderen uitsluiten. Waar God onderscheid maakt, sluit Hij juist mensen in. Wat betekent dat voor jouw relatie tot anderen?

 

Getuige om getuige te zijn.

In deze weken doen in onze gemeente heel wat jongeren en ouderen belijdenis. Veel aandacht gaat naar hen uit, er worden tijdens de kerkdienst vragen aan hen gesteld, ze geven antwoord, ze worden toegesproken en je kunt hen na afloop de hand drukken, je mag ze bemoedigen, gelukwensen, zegenen. Bijzonder dat ze belijdenis afleggen. Welkom in de strijd; terecht dat de aandacht naar ze uitgaat. 

In dit stukje wil ik me echter vooral tot de omstanders richten. Ze worden genoemd in 1 Timotheüs 6:12-13 en in Hebreeën 12:1-3. De kerkenraad, de gemeente, familie en vriendenkring, jij en ik zijn getuige en dat is minstens net zo belangrijk. Je bent getuige om getuige te zijn. Wanneer je ergens getuige van bent, wanneer je iets ziet, dan brengt dat plichten met zich mee. Dan mag je er niet over zwijgen, dan moet je er getuige van zijn, getuigenis van geven, dan moet je er over spreken. Horen, zien en spreken zeg maar. Om een voorbeeld te geven uit het dagelijks leven: wanneer de politie een misdrijf moet oplossen en het onderzoek zit vast, dan gaat de politie op zoek naar getuigen, naar mensen die iets hebben gezien en dat willen vertellen. 

De eerste voor wie je getuige moet zijn, is de persoon die een belofte aflegt. Je bent er getuige van dat je vriend, je vriendin, je broer, je dochter, je kleinzoon belijdenis doet. Je bent er bij en je ziet het. Dat geeft je tegelijk de plicht om hen er van tijd tot tijd aan te herinneren. Je hebt belijdenis gedaan! Leef er dan ook naar! Paulus spoort op die manier Timotheüs aan en de schrijver van de Hebreeënbrief niet minder.
Maar ik denk dat er nog wel een lijn is te trekken. Ik denk dat we ook getuige moeten zijn naar anderen, naar buiten toe. Ik was zondag in de kerk en daar deden 7 mensen belijdenis! Ik was er getuige van. Ja, mijn vriend deed belijdenis, je weet wel, Jan die we pas op vrijdag in het dorp tegenkwamen. En misschien mag je nog wel meer zeggen want dat zouden de belijdende leden denk ik zelf zeggen: God heeft ingegrepen in het leven van mensen; Hij wil ze gelukkig maken. Daar was ik getuige van: God gaat door met Zijn werk, Hij zoekt ook jou, kom er ook bij! 

Tot slot, mooi dat zowel in de brief aan Timotheüs als in de brief aan de Hebreeën na de aansporing meteen gewezen wordt op de grote Getuige. Die ook de getrouwe Getuige is. Hij, Jezus Christus heeft God gezien; Hij is ooggetuige geweest van de heerlijkheid van de Vader. Lees maar in Johannes 1:14-18. Stel je voor dat Hij Zijn mond gehouden had, hoe zouden we weet hebben van God en van de weg tot genade. Maar Lof zij het Lam: Hij heeft ons God verklaard. 

Ewoud ’t Jong

Om over na te denken: Getuige om getuige te zijn. Kennen wij dat nog of zien we getuigen ceremonieel en niet inhoudelijk. Bijvoorbeeld: wie is er getuige op jouw bruiloft en waarom?   

 

Vrijdagvraag: Heb jij jouw drinkbeker al leeg laten drinken?

meepraten via facebook?

https://www.facebook.com/jwhervormdputten

 

De beker gedronken…

Ik weet niet waar jij aan denkt bij Paasfeest. Er zijn nogal wat landgenoten die geen weet meer hebben van de eigenlijke betekenis van dat feest. In veel ogen is Pasen het feest van het voorjaar dat aanbreekt, lammetjes die geboren worden en verstopte eieren die gevonden worden. Slimme marketeers die niemand aanstoot willen geven, spreken van ´verstopeieren´ in plaats van ´paaseieren´ en krijgen de volle lading.

Van mij mogen die marketeers een lintje krijgen. Pasen heeft immers niets met het verstoppen van eieren te maken? Hoe mooi de gedachte van nieuw leven dat uit een ei komt ook is…

Wat Pasen dan wel is? Ik vind Paasfeest misschien wel het moeilijkste feest in onze christelijke traditie. Want ja, het ís Feest! De Heere Jezus Christus overwon het graf! Hij overwon de satan en de dood. Hij overwon, die sterke Held!

Wat is daar dan moeilijk aan, vraag je? De moeilijkheid zit hem in dat wat eraan voorafging: het lijden en sterven van mijn Heiland. Zijn vernedering – die overigens al begon voor Hij geboren werd – en Zijn lijden en sterven. De bittere pijn en God-verlatenheid.

Niet voor niets bidt de Heere Jezus in de hof van Gethsemané of Zijn Vader deze drinkbeker aan Hem voorbij wil laten gaan. Dat woord ‘drinkbeker’ is niet zomaar gekozen. Je komt het in het Oude Testament vaker tegen. Lees Jeremia 25 maar eens. Of Jesaja 51. Wee degene die de beker met de grimmigheid van God moet drinken.  En wíe die beker ook drinken moet: Christus, die zonder zonde is, toch zeker niet! Die grimmigheid van God, Zijn toorn over mijn zonde, die komt mij toe. Het is míjn drinkbeker… En Jezus drinkt hem.

Hij leed. Hij stierf. Hij ging in het graf… Voor mij. Dat bevat zo’n grote dosis liefde dat ik het niet te bevatten moeilijk vind.
Jezus stond op uit de dood! Hij overwon het graf!!!  Voor mij. Dat bevat zo’n grote dosis genade dat ik het niet te bevatten mooi vind.

Paasfeest: het feest van het grote ‘nochtans’, het grote ‘en toch!’, het grote ‘Hij voor mij’.

Want als Pasen dan toch met verstopte eieren te maken moet hebben: soms ben ik zelf een verstopt ei. Dan verstop ik me voor mijn hemelse Vader. Om verschillende redenen: eigenwijsheid of boosheid. Maar de grootste reden is misschien wel: angst om de beker te drinken. Paasfeest zegt: wees daar nou niet bang voor. Die beker is gedronken. Meer dan 2000 jaar geleden. En Hij die de beker dronk zegt: kom tot Mij en je zúlt zalig zijn!

Wim van Oostende
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.