Na Pasen – zondag 29 april

Johannes 20: 30 en 31 – het eerste slot uit dit Evangelie.

Vs. 30 Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; Vs. 31 Maar deze zijn geschreven, opdat u gelooft, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God; en opdat u, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.
Nog vele andere tekenen: naar aanleiding van Zijn tekenen heeft de Heere Jezus ook veel gesproken. Ook dat heeft Johannes in zijn evangelie weergegeven. Dat is hier bij de tekenen inbegrepen. Hij legt er nadruk op dat ze gebeurd zijn voor de ogen van de discipelen. Ze zijn getuigen, ooggetuigen en oorgetuigen: Hun getuigenis is waarachtig, ze hebben het allen gezien en gehoord.
Opdat u gelooft: Het doel van het evangelie is dat ieder die het leest zal geloven. Kernachtig wordt de inhoud weer gegeven. Jezus is de Christus, de Zoon van God. In Hem schenkt de Vader het eeuwige leven aan ieder die gelooft.
In zijn brief getuigt Johannes, de discipel welken Jezus liefhad*, nog één keer: 1Joh. 3.14 'Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. 1 Joh. 5: 13: En dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon van God, opdat u weet, dat u eeuwig leven hebt.
De discipel, welken Jezus liefhad. Soms moet je zeggen: Hadden wij nog maar naamvallen. Gelukkig waren er die in de tijd toen de Statenvertaling werd gemaakt deels nog wel. Er staat dan ook: welken Jezus liefhad. Die 'n' van welken laat de vierde naamval zien. Jezus had dus Johannes lief. Als het andersom was, dan had er moeten staan: welke (zonder 'n') Jezus liefhad. Natuurlijk had Johannes Jezus ook lief, maar dat wordt hier niet uitgedrukt. De vraag of Jezus Johannes meer liefhad dan dat Hij de anderen beminde moet inderdaad positief worden beantwoord.
Jezus heeft weliswaar al de Zijnen, die in de wereld waren liefgehad (Johannes 13:1), maar dat sluit een bijzondere liefde voor deze ene discipel niet uit.
Johannes [de schrijver van dit evangelie!] heeft zelf die bijzondere liefde ervaren. Hij behoorde ook tot de drie discipelen, die Jezus soms apart nam om erbij te zijn o.a. op de berg van de verheerlijking en in Gethsémané.

Gedicht:
Johannes bleef nabij toen Jezus werd gebonden.
Hij zag hoe Hij onschuldig leed en hoe Hij werd geschonden.

Johannes, hij aanschouwde wat zich op Golgotha voltrok.
Verwoordde wat hij zag opdat de waarheid werd vertolkt.

Johannes, hij getuigde in volle zekerheid
Van de verzoening door het bloed dat door het Paaslam was bereid.

Johannes, hij leefde uit de overwinningskracht
Van de opstanding uit de doden door het Paaslam aangebracht!